STICHTING MOZON

Print Vertel een vriend

Lezing bij Symposium ‘Perpetuum mobile’ in Venlo op 22 juni

24 juni 2011
In zijn lezing bij het Symposium ‘Perpetuum mobile’ gaat Lex Spee,
directeur-bestuurder van MOZON, in op kosmische opvoeding. Wat maakte dat
dr. Maria Montessori vond dat kosmische opvoeding, en het hierbij horende
kosmisch plan en de kosmische taak centraal staan in Montessorischolen?
Dames en heren,

Het zal u ongetwijfeld niet zijn ontgaan dat de Venlose Montessorischool deze week het 25-jarig bestaan viert. Namens de raad van toezicht en het bestuur van de stichting voor Montessori-onderwijs Zuidoost Nederland wil ik alle kinderen, hun ouders, team en directie en alle andere direct betrokkenen van harte feliciteren met dit jubileum.

De Venlose Montessorischool is een school die volop in beweging is in de Venlose gemeenschap. Hier zijn we bij MOZON dan ook trots op. Er heerst hier sinds jaar en dag een prima sfeer waarin leerkrachten, pedagogisch medewerkers en ouders samen vorm geven aan onderwijs en opvoeding van kinderen, onder het eigen motto: ‘Montessori maakt meer mogelijk’.

Naast verschillende activiteiten deze week, vandaag dus een echt symposium. Het past wel bij deze school vind ik: de Venlose Montessorischool kijkt graag vooruit. Men heeft zichzelf ‘in beweging’ gezet.

Ik deel vandaag graag een paar gedachten met u over de beweging die onderwijs in het algemeen, en het Montessori-onderwijs in het bijzonder, op dit moment doormaakt. Natuurlijk kunnen deze bewegingen niet allemaal aan de orde komen, ik houd hier slechts een inleidend praatje, maar ik wil toch graag een poging wagen.

Onderwijsontwikkelingen in digitaal tijdperk
Onderwijsontwikkelingen volgen elkaar in ras tempo op. Soms lijkt het erop dat de ene ontwikkeling in de plaats van een andere komt zonder op elkaar aan te sluiten. Social media als Hyves, Facebook en Twitter, mobieltjes in de klas, iPads en iPods, Digi-borden en ga zo maar door.

In dit digitale tijdperk, misschien wel ‘digitale revolutie’ lijken de mogelijkheden onuitputtelijk en zijn de neveneffecten aanzienlijk. Zowel onderwijs als kinderopvang maken een turbulente tijd door.

Wellicht maken we op dit moment een grotere ontwikkeling door dan we ons zelf realiseren. Overigens is dit van alle tijden, we zijn ons, zo denk ik, hier echter niet of nauwelijks van bewust.

Het verhaal van de Hommel
Aardig is in dit geval de anekdote die ik ‘het verhaal van de Hommel’ noem. Het is niet van mij overigens maar van de geleerde Albert Einstein. Het gaat als volgt:

‘Op een mooie ochtend stelt Einstein de volgende vraag aan zijn studenten: ‘Hoe kan het eigenlijk dat een hommel kan vliegen, terwijl het onomstotelijk vaststaat dat het soortelijk gewicht van zijn lichaam zwaarder is dan het vliegvermogen van zijn relatief kleine vleugels? Het werd stil in de zaal, niemand wist het antwoord. ‘Welnu’, vervolgde Einstein, ‘Dat weet die Hommel niet, en daarom vliegt ie door!’

Montessori stelt: ‘Ik zal je helpen om te ontdekken wat je weten wil.’ Ze omschreef dit als volgt: ‘In de eigen omgeving, die voor hen in onze scholen is gemaakt, hebben de kinderen voor deze behoefte een eigen uitdrukking gevonden: ‘Help mij het zelf te doen’.’ (Montessori, Het geheim van het kinderleven, 1937, p. 263)

Montessori-onderwijs is volop in beweging, ik zou mij willen beperken tot een van de vele bewegingen die binnen ons onderwijs plaatsvinden namelijk kosmische opvoeding en onderwijs.

Kosmische opvoeding en onderwijs
Wat maakte dat dr. Maria Montessori vond dat kosmische opvoeding, en het hierbij horende kosmisch plan en de kosmische taak centraal staan in Montessorischolen?

Kosmisch opvoeden betekent dat er een manier wordt gevonden om kinderen te begeleiden bij het ontdekken van de ordening van de dingen in de wereld. Bij kosmisch opvoeden gaat het erom dat de volwassene de ontwikkeling van jonge kinderen en jongeren in goede banen leidt. Niet alleen hoe het dierenrijk gestructureerd is, maar ook hoe de ecosystemen in elkaar zitten. Hierbij maakt de opvoeder ordeningen zichtbaar – kosmos betekent orde – en plaatst ze in een steeds grotere omgeving. Kosmisch onderwijs vormt een fundament in het Montessori-basisonderwijs. Het is geen vak, maar een inzicht hoe de mens met de aarde en het heelal te verbinden.

Oorsprong in het katholieke Italië
In het katholieke Italië aan het eind van de 19e eeuw was het vanzelfsprekend dat kinderen in hun opvoeding het verhaal van de schepping werd geleerd en dat zij een eenduidig antwoord kregen op de vraag waarom de mens op aarde was: “god heeft de mens op aarde gezet om hem te dienen en door te werken en zijn plicht te vervullen het hiernamaals te verdienen en daar gelukkig te zijn.”
 
Toen Maria Montessori in 1939 tijdens haar verblijf in India haar kosmische theorie heeft uitgewerkt, heeft zij een daarin een synthese gemaakt van de religieuze kijk op de schepping met andere gebieden waarin zij geïnteresseerd was geraakt, zoals de wetenschap en de theosofie.

Die synthese is herkenbaar is Montessori’s concept van het grote ‘kosmische plan’, waarvan de kern is dat alles op aarde, bewust of onbewust, het grote doel van het leven dient. Aan dit plan ligt de evolutie ten grondslag. De voortdurende evolutie wordt bepaald door wetmatigheden, want alles in het universum hangt nauw met elkaar samen. Montessori was van mening dat het grote doel van het leven inzichtelijk gemaakt kan worden voor kinderen, door hen de evolutie van de mens te laten ontdekken. Dit heeft geleid tot het beschrijven van de grote vertellingen, de kosmische verhalen, waaraan een plan voor kosmische opvoeding en onderwijs te koppelen zou zijn.

Deze verworven inzichten zijn basis voor het moreel verantwoord handelen, de ‘kosmische taak’ volgens Montessori: ‘Het kind leren dat het als mens verantwoordelijk is voor het welzijn van de aarde en zijn bewoners.’ (F. Kelpin 2011)

Meer dan ooit actueel
Het is juist deze insteek, die mogelijk ook als een nieuwe beweging beschouwd mag worden. Er lijkt op dit moment een herijking plaats te vinden van de Montessoritheorie. Voor wat betreft kosmisch opvoeding en onderwijs betekent dit het teruggaan naar het mensbeeld en de kijk op kinderen in de Montessoritheorie.

De manier om moreel verantwoord te handelen, te streven naar een betere wereld, met aandacht voor de eigen omgeving en het welbevinden van anderen vormen naast het kunnen kiezen en beslissen kernwaarden voor ons Montessori-onderwijs. Kunnen kiezen en beslissen en daar een moraliteit aan verbinden helpt iedere individu om aan de belangrijkste levensvraagstukken heden ten dage te kunnen beantwoorden.

Maar er is meer. Streven naar een betere wereld, waarden en normen, burgerschapskunde zijn onderdelen die eveneens voor het onderwijs in het algemeen gelden. Alleen de afgelopen week werden er al een paar veelzeggende zaken gemeld.

Wijze woorden van de Onderwijsraad
De Onderwijsraad vraagt deze week aandacht voor de brede taakstelling van het primair onderwijs. De cognitief-intellectuele ontwikkeling van de leerlingen vormt de basis, maar mag niet ten koste gaan van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast benadrukt de Onderwijsraad dat het toetsen van een leerling primair van belang is voor de doorlopende leerlijn van de leerling en voor het lerend vermogen van de organisatie. De resultaten moeten niet worden gebruikt als afrekeninstrument voor scholen en schoolbesturen. Wijze woorden.

Betekenisvol leren
Ook pleitte de nieuwe hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam, Monique Volman, voor een ‘liefdevoller onderwijs’: ‘Nadruk op de kernvakken schaadt het kind.’ Zij plaatst nadrukkelijk kanttekeningen bij de huidige nadruk op presteren binnen het onderwijsbeleid. Volman voelt zich ‘ongemakkelijk bij het streven naar het maximaliseren van prestaties, vooral op het gebied van rekenen en taal, bijvoorbeeld door huiswerkinstituten die kinderen van elf voorbereiden op de Cito-toets. Het doel van onderwijs is niet prestaties behalen. Het doel is dat kinderen zich ontwikkelen. Prestaties kunnen nooit meer zijn dan indicatoren daarvoor. Maar door de grote nadruk daarop, dreigt het onderwijs zich alleen nog maar op toetsprestaties te richten.’ Volman, die overigens aangeeft niet tegen presteren te zijn, is voor betekenisvol leren. ‘Dat je de kinderen iets leert waarvan ze zelf kunnen inzien waarom ze het leren en wat ze ermee kunnen’.

U zult begrijpen dat dit voor mij als overtuigd Montessoriaan woorden naar mijn hart zijn. Prima dus ieder schooljaar die ‘Werkweek’ op de Venlose Montessorischool. Al voeg ik er onmiddellijk aan toe dat ook wij toetsen, ook omdat wij vinden dat het moet, en ons iedere dag dienen af te vragen: ‘Doen we de goede dingen? En als we ze dan doen, doen we ze dan ook goed?’

Nieuwe rol voor kosmisch opvoeden en onderwijs
De twee voorbeelden van afgelopen week maken duidelijk dat er mogelijk opnieuw een veranderende toekomstige opvatting in de maak is met een mogelijke rol van wat wij dus in het Montessori-onderwijs dus kosmisch opvoeden en onderwijs noemen. Zou het een zoveelste verandering van zaken zijn, gaat het echt weer terug naar ‘moreel handelen’ of zijn het een van de vele historische accentverschillen met als motto: ‘Oude wijn in nieuwe zakken?’
Wie het weet mag het zeggen.

Dat deed mijn tandarts overigens laatst ook toen ik, met een grote klem in mijn mond, bij hem in de stoel lag. ‘Ik heb bij het onderwijs weleens de indruk,’ zo sprak hij nadenkend, ‘dat een aantal mensen op afstand van alles roepen over onderwijs maar dat die leraren gewoon nog die dingen doen die ze twintig jaar geleden ook nog deden…

U begrijpt het: een verhaal met een groot ‘Hommelgehalte’. Maar de man, die vooral verstand heeft van tanden en kiezen, merkte aan het geluid dat ik maakte toch enige nuancering. Ik heb hem het hem na afloop uitgelegd dat leerkrachten weliswaar het liefst alleen met de kinderen werken en het ‘gedoe er omheen’ helemaal niet leuk vinden. Maar dat er toch een heleboel veranderd is, er veel maatschappelijke taken bijgekomen zijn, en dat onderwijs momenteel veel meer is dan lesgeven alleen. De ‘toekomst’ alleen nog meer nieuwe ontwikkelingen zal brengen waar wij in het onderwijs iets van zullen moeten vinden.

Rest natuurlijk de vraag: hoe zijn Montessorischolen hierop toekomstbestendig ingericht?

Toekomstbestendig Montessori-onderwijs
Aan de ene kant zijn er Montessorischolen die strikt volgens het concept en de uitwerking van Maria Montessori werken – vooral in het peuteronderwijs. Helemaal aan de andere kant zijn er scholen die dit aanvullen met concepten, uitwerkingen en materialen uit andere benaderingen. Hier tussenin – en dit betreft mijns inziens de scholen van MOZON – zijn er scholen die vasthouden aan het Montessoriconcept, maar daar nieuwe uitwerkingen aan geven, gerelateerd aan en gecombineerd met wetenschappelijke kennis van de moderne tijd.

Tenslotte:
  • Montessori heeft een grote betekenis gehad in de geschiedenis van het onderwijs en de opvoeding. Deze visie heeft ongetwijfeld een toekomst en zal aan die toekomst bijdragen.
  • Hoe je het ook draait of keert, Montessori-onderwijs zal ook in het veranderende tijdsbeeld altijd uit moeten blijven gaan van de behoefte van het kind. Medewerkers op Montessorischolen zullen de uitgangspunten van Montessori via vragen van ouders als in een perpetuum mobile moeten blijven uitleggen. Er bestaan geen ‘Montessorikinderen’, je hoeft geen toelatingsexamen op een Montessorischool te doen en het onderwijs is, zo vinden wij, in principe voor ieder kind geschikt. De aansluiting met het Voorgezet onderwijs verloopt prima, en de verschillen tussen Montessorischolen onderling zijn net zo groot als die er zijn tussen klassikaal werkende scholen.
  • Maar vooral: ouders die Montessori-onderwijs voor hun kinderen hebben gekozen, hebben vertrouwen in dit onderwijs dat van hoog niveau is, de toets van de inspectie kan doorstaan en nieuwe wetenschappelijke inzichten integreert. De pedagoog én wetenschapper Montessori zou dit gegeven alleen maar aanmoedigen.
Kiezen, beslissen en moreel handelen
De scholen van MOZON hebben de collectieve ambitie om ruimte te creëren voor kinderen in een opvoedingsklimaat. Wij willen hierin, gedreven werkend, richtinggevend zijn met vijf kleurrijke regionale Montessoricentra in Helmond, Venlo, Venray en Weert. In deze centra staan kinderen van 0 tot 13 jaar écht centraal.

Kiezen, beslissen en moreel handelen, streven naar een betere wereld zijn kernwoorden, en voor ons onderwijs streefdoelen, die het thema van vandaag, de eeuwig durende beweging, vormgeven.

We beginnen nu pas echt
Iedere dag betekent weer een nieuwe kans. Dat gaat met vallen en opstaan zoals iedere opvoeder zal herkennen. Of zoals cabaretier Youp van ’t Hek zei: ‘Een opvoeder is een stakker die in het duister tast’…

Zo erg is het hier gelukkig niet. Maar in dit kader denk ik graag aan Huub van der Lubbe die ooit voor de Dijk schreef: ‘We zijn er nog niet, maar we zijn onderweg. Alles komt terecht, we beginnen pas, we beginnen nu pas echt.’

We beginnen dus nu pas echt. Ik wens de Venlose Montessorischool een geweldig jubileum en u allen een prettig en inspiratief symposium toe!